wp24936e9c.gif
wpf7c9fd9e.gif

Rasstandaard van de hond  

Algemene verschijning:

De Landseer moet de indruk maken van een grote, harmonisch gebouwde hond. Vooral de reu staat in verhouding hoger op de benen dan zijn verre neef; de Newfoundlander. De beweging van zijn gespierde benen moet een licht en ruim gangwerk vertonen.

Beharing en kleur:

De beharing moet behalve, op het hoofd, lang, zo recht mogelijk en dicht zijn. Het moet fijn aanvoelen, met zachte onderbeharing, die niet zo dicht is als bij de Newfoundlander. Licht golvend bovenhaar op de rug en heupen is niet verwerpelijk. Tegen de draad in geborsteld moet het haar weer in de juiste toestand terugvallen. De grondkleur is zuiver wit met losse zwarte platen op de romp en kruis. Hals, voorborst, buik, benen en staart moeten wit zijn. Gewenst is een witte snuit met een smalle, niet te brede doorlopende bles. Zwarte kleine vlekjes in het wit zijn geen fout, maar moeten er toch uitgefokt worden.

Hoofd:

Breed en massief, het achterhoofdsbeen goed ontwikkeld. Er is een duidelijke stop, maar niet zo geprononceerd als bij de Sint Bernhard. De lengte van de snuit is de diepte van de snuit voor de stop. Lippen droog: de bovenlippen de onderlippen iets bedekkend; onderlippen zo strak mogelijk, niet kwijlend. Markant gevormd hoofd, edel van uitdrukking, met matig ontwikkelde wangen, die geleidelijk in de snuit overgaan. Neusspiegel en lippen zwart. Scharend gebit. Huid van het hoofd zonder plooien, met fijn kort haar.

Oren:

Middelgroot. Tegen de oren gelegd, tot de binnenste ooghoek reikend. Driehoekig van vorm, hoog aangezet, onderkant iets afgerond, hoog aangezet, maar niet te ver naar achteren, glad tegen de zijkanten van het hoofd aanliggend, met fijne korte beharing. Alleen aan de achterkant van de wortel wat langere beharing.

Ogen:

Middelgroot, vrij diep liggend, bruin tot donkerbruin; lichtbruin is toegestaan, vriendelijke uitstraling, amandelvormig. Bindvlies niet zichtbaar. Uitgesproken lichte ogen (zwavel- of grijsgeel) en ogen die te dicht bij elkaar staan zijn foutief.

Hals:

In doorsnede niet rond, maar enigszins ei-vormig, stijgt de hals gespierd en breed van de schouder-borstpartij naar het hoofd. Bij symmetrische bouw bedraagt de lengte van de achterhoofdsknobbel tot de schoft ongeveer drie-kwart tot vier-vijfde van de hoofdlengte vanaf de achterhoofdsknobbel tot aan de neus gemeten. Geprononceerde keel- of halswammen zijn ongewenst.

LANDSEERKENNEL

SHARAY RISHONA

Almere

home.
wie zijn wij.
geschiedenis.
rhivkah.
thifarah.
shafierah.
fotoalbum.
mededelingen.
links.